Oost-Nederland interessant voor Duitse maakindustrie

0
13

Steeds meer Duitse fabrikanten ontdekken leveranciers uit het oosten van Nederland en vice versa. Omgekeerd investeren Nederlanders steeds meer in hun buurland.

Aan de Duits-Nederlandse grens zijn de contacten tussen de twee landen zeer goed en worden ze om verschillende redenen steeds beter. Voor Eddy van Hijum, een lid van de provincie Overijssel (economie), voelt Duitsland niet langer als een buurland, maar als een naburig gebied. “Het wordt steeds normaler dat het leven aan beide kanten van de grens plaatsvindt”, zegt de CDA-politicus. “Mijn zus kreeg een baan in Keulen en ikzelf ben vaak in Münster.”

In het dagelijks leven is de grens echter nog steeds erg omslachtig, zegt Van Hijum. “Gevoelsmatig gaat het passeren van de grens steeds gemakkelijker, maar we moeten allemaal hard werken om die harde lijn te verzachten.”

Dit zal ook ten goede komen aan ondernemers aan beide zijden van de grens. Overijssel is goed voor 7 procent van de Nederlandse export en 21 tot 25 procent hiervan gaat naar Duitsland. De kracht van de provincie ligt in de sectoren chemie, engineering, hightech en eindproducten.

Maar de wereld verandert. Een tiende van de Overijsselse export is bestemd voor Groot-Brittannië, dus de Brexit kan hier een grote impact hebben. En de hightech-concurrentie neemt toe, vooral uit China en de Verenigde Staten.

Om gelijke tred te houden met mondiale trends zoals robotisering en digitalisering, hebben Oost-Nederland en Duitsland elkaar heel hard nodig, aldus de Europarlementariër. Daarom investeert Overijssel al enkele jaren in haar relaties met Duitsland en andere landen via het GO4EXPORT-programma van ontwikkelingsbedrijf Oost NL.